IMADGINE
← Terug naar Denken
OpiniePolitiekIdentiteit27 Mei 2026

Ze zijn geen puzzel

Ze zijn geen puzzel

Nederland kijkt, en dat is misschien wel het meest verontrustende van alles. Niet de racistische uitspraken zelf, want die zijn niet nieuw, en niet de politici die ze maken, want ook zij zijn niet nieuw. Wat wél nieuw is, is de collectieve houding van een land dat toekijkt alsof het een ingewikkeld vraagstuk betreft, alsof er nog iets te begrijpen valt, alsof de puzzel nog niet klaar is.

De puzzel is klaar.

Ik werk in Utrecht en zie dagelijks wat er gebeurt met mensen als de politiek hen systematisch aanwijst als probleem. Niet als burgers met problemen, maar als het probleem zelf. Dat onderscheid lijkt klein, maar het is allesbepalend: het eerste vraagt om oplossingen, het tweede vraagt om verwijdering.

Een bezorgde burger vraagt om eerlijke antwoorden, maar een racist geeft zichzelf al het antwoord en zoekt vervolgens de feiten die erbij passen. Dat is geen bezorgdheid, dat is een conclusie die vermomd is als een vraag.

Racisme is niet altijd een schreeuw. Het is vaker een systeem van kleine beslissingen: wie je aanwijst als oorzaak van een probleem, wie je uitsluit van een identiteit, wie je de toegang tot burgerschap ontzegt op basis van waar hij vandaan komt. Het is geen titel die iemand draagt, het is gedrag dat mensen elke dag ondervinden.

Op 11 maart verscheen voormalig BBB-minister Gouke Moes in Pauw, waar hij de Nederlandse staat aanklaagde vanwege de gevolgen van massa-immigratie. Als vicevoorzitter van de Stichting Democratische Vernieuwing wil hij de Nederlandse cultuur beschermen, cultuurdefensie heet dat. Maar welke cultuur bedoelt hij precies? De Limburgse cultuur die vier dagen carnaval viert en daarna vast, of de Amsterdamse cultuur die dat allebei niet doet? De Friese cultuur met een eigen taal die de Nederlandse staat decennialang heeft genegeerd? De cultuur van Overvecht, of die van Geldrop? Ajax of Feyenoord, boven de rivieren of eronder? En als het om religie gaat: de christelijke naastenliefde, of alleen de versie waarbij de naaste er ook uit moet zien als jij?

De manier waarop zijn positie wordt neergezet, geeft het antwoord al. Het gaat niet over taal, niet over tradities, niet over gedeelde waarden, maar over een bevolkingsgroep die beschermd moet worden tegen een andere bevolkingsgroep. Dat is geen cultuurpolitiek, en iedereen die het eerlijk bekijkt, weet wat het wél is.

Geert Wilders, Gidi Markuszower en Monica Keijzer staan naar eigen zeggen voor Nederlandse waarden en beschermen de democratische orde. Maar dezelfde democratische orde die zij claimen te beschermen, heeft wetten geschreven die minderheden beschermen tegen precies wat zij doen. Die wetten worden niet gehandhaafd, omzeild, uitgehold en weggelachen.

Wilders bouwde een politieke carrière van 25 jaar op de systematische aanwijzing van één bevolkingsgroep als bedreiging, werd daarvoor veroordeeld door de rechter, en werd daarna groter dan ooit.

Monica Keijzer is geen ideoloog. Ze gelooft waarschijnlijk niet in de helft van wat er in haar coalitie wordt gezegd. Maar ze zit er wel, krijgt media-aandacht en doet uitspraken die ze vervolgens niet kan onderbouwen. Ze stelde in een talkshow dat jodenhaat bijna onderdeel is van de islamitische cultuur, kon dat niet bewijzen toen aangifte volgde, en ging daarna in hoger beroep alsof zij degene was die iets te verdedigen had. Ze houdt haar mond op de momenten dat spreken haar iets zou kosten, en opent hem op de momenten dat het haar positie versterkt. Dat is precies wat het systeem in stand houdt: niet de schreeuwers vooraan, maar de bestuurders die net doen alsof het normaal is. Medeplichtigheid heeft zelden een ideologie nodig, alleen een carrière om te beschermen.

Markuszower zei in een interview dat Nederland Palestijnse asielzoekers met maximaal geweld bij de grens moet tegenhouden. Zijn eigen woorden luidden: misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan komen. Aangifte volgde, brede politieke veroordeling volgde, en Markuszower zelf zei dat hij zich anders had moeten uitdrukken. Niet dat hij het niet meende, alleen dat de formulering ongelukkig was.

“Dat is het mechanisme in zijn meest naakte vorm: niet de uitspraak zelf, maar de beweging die erop volgt. Die zin, ik had me anders moeten uitdrukken, heeft inmiddels meer beschermingswerk gedaan dan welke antidiscriminatiewet dan ook, want hij maakt de waarnemer tot degene die overdrijft, de dader tot slachtoffer van zijn eigen woorden en het debat zelf tot iets onbespreekbaars.”

Maar een racist draagt dat woord niet als titel. Een racist gedraagt zich als een racist, elke dag opnieuw.

FVD-fractievoorzitter Lidewij de Vos ging op dinsdag 26 mei 2026 nog een stap verder door in een plenair Tweede Kamerdebat te stellen dat als je drie miljoen Afrikanen een Nederlands paspoort geeft, zij nog geen Nederlander zijn. Geen verhullende taal, geen metafoor, maar een directe ontkenning van juridisch burgerschap op basis van herkomst, gezegd achter een microfoon, in het parlement, zonder aarzeling.

Dit zijn geen incidenten meer. Dit zijn uitspraken die normaal voelen, terwijl ze levensgevaarlijk zijn.

Het beschamende is niet alleen wat deze politici zeggen, maar dat ze er politiek beter van worden. Dat er mensen zijn die zichzelf humanisten noemen, die hun kinderen leren vriendelijk te zijn, die elke zondag in de kerk zitten en daarna stemmen op een partij die deportatie bepleit, en dat die twee dingen in één mens samenleven, zonder wrijving, zonder schaamte.

Ik wil die schaamte terug, niet als straf of als uitsluiting om de uitsluiting, maar als morele grens. Er zijn dingen die je niet doet in een samenleving die zichzelf serieus neemt: je wijst geen groepen mensen aan als de oorzaak van jouw ongemak, je laat dat niet normaliseren, je laat het niet ongestraft passeren in de Tweede Kamer en je laat het niet groeien in kinderen die opgroeien met de overtuiging dat sommige Nederlanders echte Nederlanders zijn en andere niet.

Dit gaat bovendien niet alleen over mensen met een migratieachtergrond. Voor iedereen die zich gemarginaliseerd voelt, oranje of paars, wit of groen, bruin of zwart: als het systeem eenmaal bepaalt wie meetelt en wie niet, stopt het niet bij één groep. Dat is geen theorie, dit is wat de geschiedenis ons leert.

Ik ben een van de mensen over wie zij spreken. Ik houd van dit land en ben elke dag bezig om mensen hier te helpen bijdragen, gemarginaliseerde mensen, mensen die op de politici lijken en mensen die op mij lijken. Dit is allang geen politiek debat meer. Voor ons is dit geen abstracte discussie over waarden en normen, het is de vraag of wij erbij horen. Die vraag zou in een rechtsstaat al beantwoord moeten zijn.

Nederlandse waarden zijn niet onderhandelbaar, zeggen ze. Daar zijn we het over eens. Nederland heeft in zijn eigen wetboek al bepaald waar de grens ligt: groepsbelediging en aanzetting tot haat zijn strafbaar. Die grens is niet de mening van één persoon, die is democratisch vastgesteld door dezelfde orde die zij claimen te beschermen. Maar een wet die niet wordt gehandhaafd is geen wet, het is een belofte die wordt gebroken. Racisme is daarom geen mening die verdient te worden gehoord en genormaliseerd. Het is een grens die niet mag worden overschreden, juridisch én moreel. Dat is ook een Nederlandse waarde.

De politici die dit voeden, weten dat. Ze weten precies wat ze doen. En ze rekenen erop dat wij blijven kijken, blijven analyseren, blijven uitleggen wie we zijn. De vraag is niet meer wat zij doen. De vraag is wat jij doet. Wat jij zegt als het ter sprake komt. Wat jij stemt als je alleen in dat hokje staat. Wat jij je kinderen vertelt over wie er bij dit land hoort. De puzzel is al lang klaar. De vraag is alleen nog aan welke kant jij staat.

Geschreven door

Imad Najah

IMADGINE

PolitiekIdentiteit