Twee maten die jongeren zien

Ik spreek regelmatig met jongeren uit verschillende delen van het land. Jongens en meiden die de wereld volgen via hun telefoon, die TikTok, C'est Mocro en de reguliere media naast elkaar leggen en zien dat er iets niet klopt. Ze zijn niet politiek gevormd in de klassieke zin, ze hebben geen partijlidmaatschap en citeren geen verdragen, maar ze zien het wel. Ze zien het feilloos.
Ze zien dat de ene vrouw zich mag kleden zoals ze dat wil en dat een andere dat niet mag (lees: hoofddoek). Ze zien ook continu dood en verderf in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Een internationaal rechtscollege dat daar een bindende uitspraak over doet en westerse regeringen gewoon doorgaan. Ze zien vervolgens dat Ursula von der Leyen naast de premier staat die verantwoordelijk is voor deze mensenrechtenschendingen en die wordt vervolgd door het ICC, en horen haar spreken over 75 jaar democratie. Ze krijgen mee in korte clips dat Cuba al zestig jaar wordt plat gesanctioneerd via internationale mechanismen. En dat het normaal is om een land aan te vallen waar je het niet eens bent met de politieke leiders van dat land. Zij krijgen deze bevestiging regelmatig.
Laat ik je meenemen in een nationaal en internationaal voorbeeld.
Jan Paternotte, bij Pauw en De Wit, die mensen vertelt dat er nog meer is dan het internationaal recht, dat het gecompliceerd is. Te gecompliceerd voor ons, normale mensen. Dat is hetzelfde als wanneer Redouan Taghi zegt dat er meer is dan de Nederlandse rechtsstaat. Hij moet zich namelijk staande houden in de wereld van de onderwereld. Jan, je had gewoon keihard voor dat internationaal recht moeten staan. Omdat dat geschreven is zonder kleur, afkomst, religie en politieke overtuiging in je achterhoofd. Je had moeten zeggen: dit is illegaal, alleen kunnen we er niets aan doen. In plaats van iets recht praten wat krom is.
Het zit niet alleen ver weg.
Bij Pauw en De Wit werden de AZC-demonstraties in Loosdrecht besproken die met geweld uit de hand liepen. De toon was begrijpend. Boze burgers. Mensen met zorgen. Als mensen met een migratieachtergrond dezelfde handelingen hadden verricht, was de conclusie een andere geweest. Dan hadden we het gehad over gebrekkige inburgering, over parallelle samenlevingen, over mensen die de Nederlandse normen en waarden niet begrijpen. Voorbeeld? De Maccabi-rellen.
Hetzelfde land. Twee maten.
En zij zien die twee maten.
Wat ze niet weten is wat ze daarmee moeten doen. Die frustratie heeft geen uitgang. De politiek voelt niet voor hun, de media voelt partijdig, de instituties voelen selectief. En in dat vacuüm groeit iets wat ik gevaarlijker vind dan de frustratie zelf, namelijk de overtuiging dat het systeem fundamenteel niet voor hen is gemaakt. Dat de rechtsstaat, het internationaal recht, de democratische instituties, structuren zijn die worden ingezet door mensen met macht, voor mensen met macht. En dat meedoen dus zinloos is.
Als ik eerlijk ben lijkt die observatie te kloppen. Het recht wordt selectief toegepast. De grondwet wordt opeens iets wat vervormbaar is, inperking van rechten voor de ene groep wordt bespreekbaar als een optie dat onderzocht kan worden in praatprogramma's. Dat is niet de paranoia van jongeren die te veel sociale media consumeren. Dat is de werkelijkheid, gedocumenteerd door verschillende nationale als internationale mensenrechtenorganisaties, zoals het College voor de Rechten van de Mens, Human Rights Watch en de ICJ, zichtbaar voor onze eigen ogen.
Hoe krijgen we jongeren mee in een wereld die we zelf niet willen verdedigen. Het probleem is niet dat deze jongeren iets verkeerds zien. Het probleem is dat niemand hen leert wat je doet met een correcte observatie in een systeem dat die observatie liever niet hoort.
Woede zonder richting wordt cynisme. Cynisme zonder alternatief wordt onverschilligheid of iets ergers. Wat deze jongeren nodig hebben is niet dat we hun frustratie wegverklaren of relativeren, want dat werkt toch niet en het is ook intellectueel oneerlijk. Wat ze nodig hebben is iemand die zegt: je ziet het goed, en hier is wat je ermee kunt doen. Hier is hoe we in Nederland rechtvaardig zijn en ik loop die weg met je. Hier is hoe anderen voor jou hebben gevochten om deze instituties op te tuigen en hier is waar we het hebben verloren.
Het systeem is niet zuiver. Maar het is ook niet leeg. En de mensen die het meest te verliezen hebben bij de afbraak ervan, zijn precies de mensen die nu geen toegang voelen tot de verdediging ervan.
“Hannah Arendt schreef na Eichmann over wat zij de banaliteit van het kwaad noemde: het idee dat de gevaarlijkste morele mislukkingen niet komen van monsters, maar van gewone mensen die ophouden met nadenken. Die de taal van recht en beschaving blijven gebruiken terwijl ze de uitkomst van hun keuzes kennen en die uitkomst accepteren omdat het systeem waarin ze functioneren het van hen vraagt.”
Dat is precies wat hier gebeurt. Niet bij mensen die het niet weten. Bij mensen die de ICJ-uitspraak hebben gelezen, die de beelden hebben gezien, die de mensenrechtenrapporten kennen en die toch kiezen voor de manoeuvreerruimte boven de duidelijkheid.
Dat is wat Arendt het meest gevaarlijk vond. Niet de ideoloog die overtuigd is van zijn gelijk. Maar de functionaris die zijn geweten heeft uitbesteed aan de positie die hij inneemt. Dus Jan Paternotte, jij bent net zo gevaarlijk als de mensen die jij probeert te bestrijden in verre oorden.
Geschreven door
Imad Najah
IMADGINE